
Doe het niet te gek: Kies de juiste infraroodverwarmer voor je badkamer
Hier is een veelvoorkomende fout die ik steeds zie: iemand koopt de krachtigste verwarmer die hij kan vinden, in de veronderstelling dat “meer beter is”, en plaatst een 2000W-apparaat in een piepkleine badkamer.
Dat is overdreven. Het resultaat is een ruimte die aanvoelt als een sauna en een stroomrekening die pijn doet.
Het trucje is eigenlijk heel simpel. Je hoeft alleen de vermogenssterkte af te stemmen op de grootte van de ruimte.
Je ideale keuze vinden
Als je te maken hebt met een kleine badkamer – iets kleiner dan 5 m² – heb je eigenlijk alleen maar ongeveer 600W tot 800W nodig. Dat is meer dan voldoende. Voor ruimtes van gemiddelde grootte (5–10 m²) is 1200W meestal voldoende. Als je een grote hoofdbadkamer hebt of zo’n open ontworpen badruimte, dan mag je zeker omhoog gaan naar 1500W of 2000W.
Wees echter voorzichtig. Als je te laag gaat, zal de verwarmer continu draaien, zonder dat de gewenste temperatuur wordt bereikt. Dat leidt snel tot slijtage van de verwarmingselementen en verspilling van geld.
Het probleem van de “natte ruimte”
Badkamers zijn zwaar voor elektronica. Door de stoom uit de douche en af en toe een splinter water, werkt een standaardverwarmer niet goed. Hij zal beschadigen.
Daarom kiezen we voor een IP55-classificatie. Simpel gezegd: dit betekent dat de behuizing bestand is tegen stof en waterstraalen vanuit alle richtingen.
Zonder deze bescherming dringt vocht door in de bedrading en begint roest alles aan te tasten. Dat ziet er niet goed uit.
Hitte, hoogte en veiligheid
Een hogere vermogenssterkte betekent inderdaad dat de ruimte sneller opwarmt. Maar er is één nadeel: een 2000W-verwarmer creëert een zeer sterke “hittezone”. Als je hem te laag installeert, loop je risico op brandwonden of dat sommige plastic onderdelen smelten.
Kijk eerst naar de hoogte van het plafond voordat je gaten boren. Je wilt dat de warmte gelijkmatig verspreid wordt, zodat het niet voelt alsof er een hete lamp boven je hangt.